eigen_frontfoto

Alle artikels

De Vlaamse Overheid lanceert de tweede call groene warmte voor 2022. Deze call is van toepassing voor wie wil investeren in de productie van groene warmte, recuperatie van restwarmte of energie-efficiënte stadsverwarming. De oproep opent op 3 oktober en sluit af op 17 oktober 2022. Er is een budget gereserveerd van 10 miljoen euro.

Het Europese Parlement stemde op 14 september voor een verhoging van het aandeel hernieuwbare energie in Europa tegen 2030. Met deze beslissing schaart het Parlement zich achter de doelstelling van de Europese Commissie, om de richtlijn hernieuwbare energie (RED II) te herzien en de ambitie te verhogen als onderdeel van het REPowerEU-pakket.

Op 12 september publiceerde het VEKA het definitieve rapport dat de onrendabele toppen en bandingfactoren berekent voor nieuwe biogasprojecten met een startdatum vanaf 1 januari 2023. Deze twee begrippen staan centraal in de huidige ondersteunings- mechanismen voor hernieuwbare energiebronnen, en bepalen dus mee het aantal certificaten die een installatie krijgt voor de productie van groene energie (meer informatie).

Op basis van de resultaten van de SAFEMANURE-studie werden er in 2020 criteria vastgelegd voor gerecupereerde meststoffen uit dierlijke mest om te kunnen fungeren als kunst- meststofvervanger. Indien aan die criteria wordt voldaan, vallen dergelijke meststoffen onder de noemer RENURE. In de toekomst zou voor deze producten een uitzondering op de Nitraatrichtlijn kunnen gelden, mits dezelfde in de richtlijn vastgelegde bepalingen worden gevolgd als voor stikstofhoudende kunstmest.

Het biogaspotentieel in Vlaanderen wordt ingeschat op 7,3 TWh, waarvan slechts 14% effectief wordt gevaloriseerd. Om dit percentage te verhogen, startte het Green Gas Platform in 2019 met de Deep Dive Study met als doel de positieve meerwaarde van vergisting/biomethaan te berekenen en ontwikkelingsscenario’s voor het productiepotentieel te identificeren. In juli werd het laatste rapport van deze studie gepubliceerd, met een roadmap voor de verdere ontwikkeling van de biomethaanmarkt. 

Update: Eind augustus werd met de publicatie van het Ministerieel besluit tot bepaling van nadere regels voor de samenstelling en werking van het Wetenschappelijk Comité Luchtemissies Veeteelt (WeComV), de weg voor de aanstelling van een nieuw adviescomité opengelegd.

Een Living Lab Circulair werd recent gelanceerd door Inagro. Dit initiatief beoogt een intensere samenwerking tussen stakeholders en meer co-creatie om innovaties binnen de circulaire economie te versnellen. Landbouw staat steeds centraal, met daaraan gelinkt thema’s zoals water, nutriënten, biomassa en energie. Via (piloot)infrastructuur bij Inagro kan praktijkgericht worden getest en gedemonstreerd. Zo beschikken zij sinds 2007 over een kleinschalige biogasinstallatie.

Het Europese H2020-project REGATRACE wil de marktopname van biomethaan versnellen in 13 Europese landen, waaronder België. Als partner van EBA, de Europese Biogas Associatie, is Biogas-E verantwoordelijk voor het opstellen van een langetermijnvisie en roadmap voor biomethaan in België. Deze oefening werd ook voor de overige 12 landen uitgevoerd, waarbij telkens verschillende workshops werden georganiseerd om input te verzamelen.

Update - Na advies van de Raad van State wijzigde de Vlaamse Regering het Energiebesluit definitief op 8 juli (zie bijlages).

Een nieuw verzamelbesluit werd voor de tweede keer principieel goedgekeurd op 6 mei, waarna de Raad van State nog advies moet leveren. Tegen het zomerreces wordt verwacht dat de verschillende wijzigingen aan het Energiebesluit definitief worden goedgekeurd. In het verzamelbesluit staan een aantal beslissingen die relevant zijn voor de biogassector:

De BBT-studie voor het voorkomen van afstromen van erfsappen* werd recent gepubliceerd. Deze studie definieert de Beste Beschikbare Technieken** voor landbouwbedrijven en covergistingsinstallaties ter voorkoming van emissies naar oppervlaktewater en bodem als gevolg van opslag van organisch materiaal. 

Centrale covergisters vallen binnen de scope van deze studie voor activiteiten die een parallel vertonen met landbouwbedrijven. Decentrale boerderijschaalvergisters, die enkel bedrijfseigen dierlijke mest als input gebruiken, vallen buiten de scope.